home


INLANAV - INNOVATIVE INLAND NAVIGATION

Logo-inlanav_qLR                                  InterregLR

Waterwegen en Zeekanaal NV, nv De Scheepvaart, Voies Navigables de France, Universiteit Antwerpen (Steunpunt Goederenstromen) en twee Nederlandse private partners (Schipco BV en Research Small Barges BV) bundelen de krachten in het innovatieve project INLANAV. Het project moet de kleine kanalen aantrekkelijker maken voor vrachtvervoer.

INLANAV bouwt verder op de resultaten van Waterslag (ECSWA), een Interreg IIIB NWE project dat met succes werd afgerond.

Het huidige project, INLANAV, Innovative Inland Navigation, is gericht op:

  1. het aantonen dat Waterslagcombinaties de gehele vrachtmarkt kunnen bedienen, inclusief palletten en big bags. 
  2. het ontwikkelen van "second-generation" Waterslagcombinaties door gebruik te maken van de meeste recente logistieke en technologische kennis waaronder de vernieuwingen met betrekking tot de aandrijving of de koppeling van de schepen, vernieuwing van gebruikte materialen zoals bijvoorbeeld het gebruik van composietmateriaal en het niet langer aan boord zijn van een wooneenheid zodat de schipper ’s avonds huiswaarts kan keren. 
  3. de harmonisatie van bemanning- en exploitatieregels om transregionale vrachtstromen en een internationale exploitatie van de INLANAV-schepen te faciliteren.

Neem een kijkje op de website van INLANAV: www.inlanav.eu

De geïnteresseerden kunnen aan de hand van onderstaande vragen alvast een duidelijk beeld krijgen van het project.

Gekoppelde-eenhedenLR

Voor meer informatie, kan u contact opnemen met:

Willy Robijns (projectmanager INLANAV)
afdeling Commercieel Beheer
tel. 03 860 62 72

Of met:
Joke Sips
Afdeling Commercieel Beheer
Tel. 03 860 63 12

 

Wat is het doel van jullie project? Wat willen jullie bereiken?

Het doel van het project is om de aantrekkelijkheid van de kleine waterwegen in NWE te stimuleren. Om dit te bereiken, gebruiken we de resultaten van het ECSWA-project (ook WATERSLAG genoemd). Dit project werd door INTERREG III-B gefinancierd. ECSWA toont de haalbaarheid aan van het transport van containers en bulk in twee gekoppelde binnenschepen. Het economisch en maatschappelijk voordeel van het koppelen van bestaande binnenschepen werd aangetoond door middel van test runs in Vlaanderen en in Nederland.

Samenvattend: het verbruik van brandstof werd aanzienlijk verminderd, wat een substantieel effect had op de exploitatiekosten van de schepen met als resultaat verlaagde vrachttarieven en een verschuiving van de lading naar waterwegen. Dit had dan weer een
vermindering van de negatieve externe effecten (emissies, ongevallen enz.) van het wegtransport tot gevolg.

Na de succesvolle afronding van ECSWA, heeft de binnenvaartsector de resultaten van het project opgepikt. Gekoppelde binnenschepen worden momenteel steeds meer gebruikt.
Het huidige project, INLANAV Innovative Inland Navigation, is gericht op 1) Aantonen dat ECSWA-schepen de gehele vrachtmarkt kunnen bedienen, inclusief palletten en big bags. 2) het ontwikkelen van "second-generation" ECSWA-schepen door gebruik te maken van de meeste recente logistieke en technolgische kennis 3) de harmonisatie van bemannings- en exploitatieregels om trans-regionale vrachtstromen en een internationale exploitatie van de INLANAV-schepen te faciliteren.

SchipcoLR

 Welke zijn de thema's waarop jullie willen samenwerken?

Het INLANAV project richt zich op INTERREG IVB NWE prioriteiten zoals innovatie, duurzaamheid en bereikbaarheid. De huidige binnenscheepvaartvloot op de kleine waterwegen is verouderd en telt slechts een beperkt aantal schepen. Maar groeiende wegcongestie en een stijgend besef van de milieu-effecten, resulteert in een verhoogde belangstelling voor transport over kleine waterwegen.

Momenteel worden in België, Nederland en Frankrijk alleenstaande ontwikkelingen/ concepten uitgevoerd gericht op nieuwe technologische ontwikkelingen voor kleinere gekoppelde (ECSWA) schepen.

INLANAV heeft als doel deze innovatieve concepten te bundelen, met het oog op het creëren van synergieën tussen de projecten en het faciliteren van de marktopname. Bovendien zullen technologische verbeteringen in de aandrijfsystemen en de bouwmaterialen een verdere reductie van broeikasgassen tot gevolg hebben, wat zal bijdragen tot een meer duurzame groei van de binnenvaartsector. Tenslotte, zal INLANAV concreet aantonen dat geünitiseerde vracht (pallets, big bags) per binnenschip vervoerd kan worden, wat ook een innovatie is.

De kleinere waterwegen (ECMT-klasse I-IV) verbinden veel NWE regio’s (inclusief de Parijse regio) met belangrijke knooppunten zoals de mainports van Antwerpen, Le Havre, Rotterdam en Zeebrugge. INLANAV zal helpen de bereikbaarheid en toegankelijkheid van NWE te versterken door vrachtstromen naar deze waterwegen te verschuiven. De harmonisatie van bemannings- en exploitatieregels zal ook de connectiviteit van de regio’s en de bedrijven verbeteren.

RSBLR

Waarom is transnationale samenwerking nodig om jullie doel te bereiken en om het thema te behandelen?

De kleinere waterwegen van NWE hebben een aanzienlijk economisch potentieel sinds veel productie-industrieën langs deze waterwegen gevestigd zijn. Het vrachtpotentieel van deze waterwegen is overtuigend aangetoond door het ECSWA-project. Diverse belemmeringen verstoren echter het gebruik van kleine waterwegen voor vrachtstromen. Deze belemmeringen zijn gelijkaardig in alle regio’s van NWE. Allereerst, door deze issues op een transnationale manier aan te pakken, zal de aantrekkelijkheid van de binnenvaart groeien en vrachtstromen zullen gebundeld worden. Ten tweede zijn de internationale geunitiseerde vrachtstromen een belangrijke vrachtcategorie geworden met enorm potentieel voor de binnenvaart in NWE, maar bestaan er nog technische knelpunten om deze vracht te vervoeren. Ten derde, harmonisatie van bemanning en exploitatie moet transnationaal aangepakt worden daar deze in feite geregeld worden door internationale organisaties.

Tegen de achtergrond van het Seine-Schelde project wat de bekkens van de Schelde, de Rijn en de Seine moet verbinden, wordt de noodzaak voor zo’n transnationaal wettelijk kader verhoogd. Vooral omdat de rol van de kleinere waterwegen geüpgrade zal worden door de indienstneming van deze nieuwe infrastructuur die per 2015 operationeel wordt.

Universiteit-AntwerpenLR

Wat zijn jullie voornaamste
• acties en
• outputs?

Doelstelling 1) Aantonen dat ECSWA-schepen de gehele vrachtmarkt kunnen bedienen, inclusief palletten en big bags. Deze doelstelling zal bereikt worden door drie acties.
  • Ten eerste, zullen concrete geunitiseerde vrachtstromen worden geïdentificeerd.
  • Ten tweede, zal de technische haalbaarheid van een schip uitgerust met een kraan voor de kleine waterwegen, onderzocht worden door de oprichting van een technische Task Force.
  • Tot slot, zullen er transnationale proefvaarten georganiseerd worden.
Doelstelling 2) Ontwikkelen van "second-generation" ECSWA-gekoppelde eenheden (innovatief en milieuvriendelijk) door gebruik te maken van de meest recente technologische en logistieke kennis. Deze doelstelling wordt bereikt door middel van 2 acties.
  • Ten eerste, er zijn 3 innovatieve maar alleenstaande concepten geïdentificeerd (Universiteit Antwerpen, Schipco, Research Small Barges/Q-Barge). Deze concepten beslaan zowel duwbootconcepten aangedreven door elektrische motoren met batterijen of generator tot de realisatie van een automatische gestuurd binnenschip met een grotere laadruimte. Door een synergetisch en cooperatief platform te genereren wordt de voortgang van de concepten gemonitored en gefaciliteerd. Na een jaar wordt gekeken naar overeenkomsten en best practices die kunnen leiden tot concrete gezamenlijke acties. 
  • Ten tweede, zullen er business plannen worden opgesteld op de schepen vlot op de markt te brengen.
Doelstelling 3) Harmoniseren van bemannings en exploitatieregelementen in NWE om trans-regionale stromen te faciliteren. Dit houdt 2 acties in:
  • Ten eerste het creëren van een inventarisatie per land van de verschillen in het wettelijk kader. 
  • Ten tweede, input geven aan de nationale en internationale beleidsmakers met het oog op harmonisatie van het wettelijk kader.