home


Categorisering

W&Z werkt ten volle mee aan de Vlaamse, federale en Europese beleidsdoelstellingen voor wat betreft een duurzamere mobiliteit in een Europees perspectief. Het betreft hier een verschuiving van het goederenvervoer naar de binnenvaart met bijzondere aandacht voor het leefmilieu. Onder meer onze zeehavens (Zeebrugge en Antwerpen in het bijzonder), Vlaamse Ruit, de regio Kortrijk en de economische as van het Albertkanaal vertonen een sterke dynamiek waarbij de hinterlandverbindingen via de weg meer en meer een beperkende factor worden op de ontwikkeling ervan. Het wegennet kan, in tegenstelling tot het waterwegennet, niet meer zonder zeer grote maatschappelijke kosten verder ontwikkeld worden.

Sinds 1997 (Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, kortweg R.S.V.) zijn er een aantal wijzigende beleidsinzichten, een belangrijke groei van de verkeerskundige kennis en een sterke dynamisering van de binnenscheepvaart ontstaan. Dit uit zich ondermeer in een consensus over de verbeterde ontsluiting van de haven van Zeebrugge, het project Seine-Schelde verbinding, de begrippen ‘intermodale vervoersketen’ en ‘multimodale vervoersketen’, het besef dat het wegennet zijn capaciteitsgrens heeft bereikt en dat de vervoersmodi ook geografisch aanvullend zijn. Bovendien is er de noodzaak tot reductie van de broeikasgassen en dit samen met het einde van het tijdperk van de goedkope brandstoffen.

Om deze doelstellingen te bereiken acht W&Z de volgende bijsturingen aan het R.S.V. noodzakelijk:

Hercategorisering en selectie van de waterwegen

De waterwegcategorie ‘primaire waterwegen I en II’ dient toegevoegd te worden. Er is immers een beperkt aantal waterwegen die een aparte rol in het geheel vervullen en naast de ontsluitende functie ook verbindende en verzamelende functies hebben. Dit is gelijklopend met de categorisering van de ‘land’wegen, afgestemd op de voornaamste herkomst- en bestemmingsgebieden, en met aandacht voor het stimuleren van bedieningslussen en voor uitwijkroutes in geval van calamiteiten. Dit zal tevens toelaten om, in consensus met alle betrokken actoren, de multimodale knopen effectief te categoriseren.

Criteria:

• Primair I - waterwegennet: dit net is noodzakelijk om het hoofdwaterwegennet te vervolledigen maar heeft slechts bij calamiteiten een functie als doorgaande internationale verbinding.
• Primair II - waterwegennet: dit net heeft een intermodale verzamelfunctie voor gebieden en/of concentraties van activiteiten van gewestelijk belang: Vlaamse Ruit, Albertkanaal, grensoverschrijdend stedelijk netwerk Kortrijk, Vlaamse Poorten.


Vervoersknopen

Criteria:

• Hoofdknopennnet: trimodaal op hoofdniveau. Schaalniveau Gewest en hoger.
• Knopennet Primair I: regionale bediening. Minimum bimodaal waarvan 1 modus op hoofdniveau en 1 modus op niveau primair I.
• Knopennet Primair II: subregionale bediening. De vervoersmodi moeten minimum van schaalniveau primair I of II zijn.
• Secundair knopennet: bediening van stedelijke centra + tewerkstellingszones op Vlaams niveau. Bimodaal waarbij de wegmodus minimum van schaalniveau secundair II (erfontsluitend én verzamelend) moet zijn.

Ter illustratie hiervan een voorbeeld van mogelijke sites:

• Hoofdknopennet: havens van Oostende, Zeebrugge, Gent, Antwerpen,
• Knopennet Primair I: ROC Sint Pieters Leeuw, …
• Knopennet Primair II: ROC Willebroek
• Secundair knopennet: Lier